De buurvrouw van 92 jaar oud heeft net het nieuws te horen gekregen dat ze in een home gaat geplaatst worden.

Het choqueert haar precies minder dan dat het mij choqueert. Ze gaat dus ergens in de komende weken haar huis verlaten, waar ze al sinds de jaren zeventig woonde, en dat zal definitief zijn. Ze blijft daar relatief zen onder.

Ze was gevallen, de zoveelste keer, en de raad (of was het zachte dwang) was er al langer, van haar dochter, van vriend, van wie weet nog allemaal. Ze had altijd geweigerd, heel categoriek. Nee, nooit, nog liever doodvallen. Nu is ze gekraakt.

Mijn prognose is dat ze niet lang zal leven in die home. Aan de andere kant, ze is flexibel genoeg om altijd vooruit te kijken, zelfs op haar leeftijd. Ze heeft het potentieel om animo in het rusthuis te brengen.

Misschien wil ik ook zijn zoals haar, op die leeftijd.


Een bevriend koppel is aan het desintegreren.

Hun dochter is een vriendin van onze dochter, zo hebben we elkaar leren kennen. De man is een goede maat van me geworden.

Ze gaan uit elkaar, hebben de dochter ingelicht. Deze week komt iemand langs om het huis te schatten voor verkoop, één waar ze veel in geïnvesteerd hebben, samen, zowel emotioneel als financieel.

De dochter gaat daar heel zen mee om, voorlopig toch. Het nieuws is nog vers, het kan allicht nog veranderen.


Bij een ander bevriend koppel heeft de vrouw zorgwekkende medische symptomen. Ze valt zonder aanwijsbare reden, ze beeft aan één kant van haar lichaam.

Misschien is de oorzaak stress, maar het lijkt weinig waarschijnlijk.

Morgen is er een MRI-scan van de hersenen, om te zoeken naar een diagnose.

Ze proberen er zen bij te blijven. Lijkt me moeilijk.


Ik las ergens dat we met veranderingen moeten kunnen omgaan, heel ons leven.

Het is niet altijd even gemakkelijk.

Maar ik vertrouw erop dat het allemaal uiteindelijk goedkomt, op één of andere manier. Een andere optie is er niet.